Transformatie in het sociaal domein

Sinds 1 januari 2015 zijn de decentralisaties in het sociaal domein een feit. Taken als jeugdzorg, de uitvoering van de WMO, WLZ en Participatiewet zijn nu lokaal belegd. Van gemeenten, (jeugd)zorginstellingen, partijen in het participatietraject en burgers wordt verwacht dat ze met meer eigen initiatief werken en meer vanuit hun eigen kracht. ‘Eigen kracht’: het lijkt een hol begrip. Tegelijkertijd is het wel een rode draad voor de hele transformatie, en voor alle facetten die in de transformatie aan de orde zijn. Daarom is het zinvol die eigen kracht dieper te bekijken. Wat houdt het precies in? Wat zijn concreet de consequenties ervan in het sociaal domein en wat vraagt dit van de betrokkenen?

1. Eigen kracht

Rond ‘eigen kracht’ zien wij drie leidende principes. Principes die het begrip kleuren, het handen en voeten geven en hanteerbaar maken:

Holisme
Eigen kracht belichaamt een holistische kijk op de wereld. Een gezin is onderdeel van een familie waar weer meerdere gezinnen deel van uitmaken. Gezinnen behoren ook tot andere cellen (de schoolgemeenschap, de buurt of kerk). In organisaties zie je dit ook: de medewerker, het team, de afdeling, de gehele organisatie. In elk van deze cellen staat de eigen kracht centraal en alle cellen zijn onderling met elkaar verbonden.

Dualiteit
Eigen kracht uit zich ook als een permanente ‘dualiteit’. Een vernieuwing en een routine, power and love zoals Adam Kahane dat beschrijft in zijn boek ‘Power and Love – A Theory and Practice of Social Change’. Die beweging zagen we voorheen als een probleem; iets moet a óf b zijn. Als iets allebei kan zijn, worden we onrustig en zoeken we een ankerpunt. Tegenwoordig zetten we de dualiteit en de verbinding, en de dynamiek tussen het een en ander centraal. Het is én autonoom, én verbonden in een groter geheel, het is én vernieuwen én gebaseerd op traditie, stabiliteit en routine.

Inclusief
Een ander principe van eigen kracht is dat je een probleem niet kunt oplossen als je geen onderdeel bent van het systeem dat het in stand houdt of heeft gecreëerd. Je bent altijd onderdeel van een cel.

2. Eigen kracht in het sociaal domein

Door de decentralisaties in het sociaal domein is eigen kracht steeds belangrijker. De welvaartstaat leert de eigen kracht van mensen respecteren. Burgers zijn niet zozeer op de eerste plaats individuen, maar eerder deel van een sociaal netwerk, een systeem: hun familie, vrienden, directe omgeving op school, werk, buurt en sociale omgevingen. Dit vergt een Copernicaanse wending: van ‘individuele oriëntatie’ naar ‘systemisch interveniëren’ en van ‘zorgen dat’ naar ‘zorgen voor’. Waarom is dit Copernicaans?

  • Ambtenaren verlaten hun ‘oude’ specialisme en gaan op een andere manier werken. Een manier die gericht is op inhoudelijke oplossingen die burgers zelf bedenken. En niet meer op het van buitenaf bepalen van die inhoudelijke norm (die gericht is op het creëren van de goede context en deze te bewaken). Burgers kunnen zo hun eigen kracht (samen) versterken en hiermee hun eigen inhoudelijke normen produceren.
  • Inhoudelijke normen maken plaats voor context en procesnormen. Daarmee gaat de sturing van de overheid veranderen: meer procesmatig, voorwaardenscheppend met minder zelf de ‘eindnorm’ bepalend.
  • Voor politiek bestuur geldt dat zij moet afleren om vooraf op detail de inhoudelijk normen te willen bepalen. Iets waar ze zich vaak op onderscheidden.

Twee voorbeelden om dit te verduidelijken:

  • In de Zorg
    In de jeugdzorg is family conferencing ingevoerd: een systeem waarin alle probleemhebbers rondom een kind staat centraal staan (zoals kind, ouders, opa, goede buurman, leraar). De ‘probleemhebbers’ zijn nu ook de probleemoplossers. De hulpverlener wordt getraind om niets te doen, alleen alle betrokkenen bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat zij zelf hun eigen probleemdefinitie, probleemoplossing en actieplan maken. De hulpverlener creëert hooguit een context waarin anderen zich uitgedaagd en/of veilig genoeg voelen om hun eigen subjectieve gevoelens en ideeën te delen met de anderen in het systeem.
  • Buiten de Zorg
    Denk aan het regelvrije verkeersplein: niet de individuele behoefte aan verkeersveiligheid staat centraal en is onderdeel van alle sturing van de overheid (denk maar aan alle verkeersborden, segmenten van specifiek vervoer door middel van kleuren en belijningen op het asfalt), maar het collectieve vermogen (en daarmee het vermogen van het individu) om zelf en samen verkeersveiligheid te produceren. Dat doen we door het plein helemaal leeg te maken, geen onderscheid te maken in voetganger of auto en geen borden te plaatsen. Iedereen die op het plein rijdt of loopt snapt meteen dat je veiligheid moet produceren in plaats van consumeren.

3. Sturen op context

De ontwikkeling van eigen kracht vraagt van de overheid dat ze gaat sturen op de context:

  • De overheid bepaalt de kaders waarbinnen een groep zelfsturing mag uitoefenen. Dat betekent dat ze minder inhoudelijke normen voorschrijft, maar veel duidelijker aangeeft wie bevoegd is in welke groep of context om zichzelf te sturen. De overheid laat dus binnen de kaders variatie en inhoudelijke normstelling toe. Zij gaat niet zeuren als burgers onwelgevallige dingen doen, zoals discrimineren of ‘ons soort mensen’-gedrag toelaten. Dat is lastig, want de overheid wordt daarop aangesproken. Zij moet leren ruimte te laten voor deze eigen rommelruimte van de burgers.
  • De overheid concentreert zich op een aantal effecten:
    • Hoe kan zij uitsluiting van groepen voorkomen of juist faciliteren? Mogen linksbenige mensen rechtsbenige mensen weigeren, en wat kunnen of moeten die rechtsbenige mensen dan doen (bijvoorbeeld: zelf een club oprichten of een plek via de rechter opeisen). Dit vergt een heldere afbakening van de vrijheden van burgers waarbinnen zij onderling hun normen bepalen.
    • Hoe regelt zij toezicht op de normen? De gedachte hierbij is dat toezicht beter door de groep kan plaatsvinden of door naburige groepen dan door de overheid (die de normen immers niet meer stellen). Denk aan horizontaal toezicht: maak burgers verantwoordelijk – niet alleen voor de eigen vrijheden – maar ook voor het toezicht op elkaar.

Het kader waarbinnen zelfsturing plaatsvindt, moet zo gekozen worden dat het
externaliseren (exporteren van problemen naar anderen groepen en stakeholders) niet gemakkelijk kan gebeuren, streng wordt tegengegaan en wordt bestraft. Bijvoorbeeld: heb je geen gehandicapten op je school, omdat je deze op een andere school hebt ondergebracht? Dan betaal je daar een boete voor. Heb je geen gehandicapten in dienst als werkgever, omdat je die taak aan een ander laat (bedrijf, gemeenschap of gemeente)? Dan betaal je daar ook een forse prijs voor.

4. De impact van eigen kracht-denken

Het eigen kracht-denken heeft vooral impact op de professional, de manager en politiek bestuur:

  • Professionals
    Professionals verwerven door het eigen kracht-denken hun eigenwaarde op een andere manier. De expertrol op afstand wordt lastiger, ze worden geacht zelf zuiver te blijven en zich niet te verschuilen achter protocollen. Hun zekerheid neemt af, de ‘echtheid’ neemt toe, het werk gaat van denken naar meer hands-on, en het vraagt om een betere combinatie van denken en doen. Het vermogen om eigen werk met je collega’s te organiseren neemt toe, het vermogen om samen verantwoordelijkheid te nemen ook.
  • Managers
    In plaats van zelf leiding te nemen, moeten managers meer verbinding op een stip aan de horizon organiseren. Ook moeten ze vertrouwen geven aan anderen, zodat zij in beweging komen. Ook hier is jezelf inbrengen als zuiver mens een van de hefbomen. Inhoudelijke sturing en het geven van instructies kunnen niet meer. Het gaat om bezield en korte cirkels, waarbij de medewerker verantwoordelijkheid krijgt en verantwoordelijk wordt gehouden.
  • Politiek bestuur
    Het politiek bestuur moet ook afscheid nemen van in control willen zijn. Een valkuil is dat de politiek meer kaders gaat scheppen in plaats van inhoudelijke normen te bedenken. Ze moet leren omgaan met tragiek en pech. Sturen op contexten vergt loslaten van puntnormen. In plaats daarvan sturen we op gewenste uitkomsten, op doelen. Niet of iemand recht heeft op een traplift, maar of het goede gesprek is gevoerd, kan de norm worden. Dat vergt weer een visie op de gemeenschap, de civil society.

5. Ondersteuning door Twynstra Gudde

Eigen kracht heeft effect op professionals, management en (politiek) bestuur. De wijze waarop zij sturen, samenwerken, contracteren en organiseren beïnvloedt hoe het in de wijk en bij de burger aan tafel werkt. Professionals, management en politiek bestuur moeten een nieuw evenwicht vinden tussen sturing, samenwerken, autonomie en verantwoording. Maar hoe vinden zij dat?

Twynstra Gudde helpt professionals, managers en politiek bestuur deze zoektocht te ordenen en gemakkelijk te maken, zodat zij én zelfstandig én met eigen verantwoordelijkheid hun nieuwe taken kunnen gaan uitvoeren. Op zo’n manier dat burgers en cliënten ook uitgedaagd worden om eigen initiatieven te nemen.

Op deze site beschrijven wij aan de hand van verschillende cases, blogs, artikelen, tools etcetera hoe wij professionals, managers en politiek bestuur kunnen helpen, wat wij precies voor hen kunnen betekenen. Ieder vanuit zijn eigen kracht.

Jeroen den Uyl

Jeroen den Uyl

Partner

Allianties voor maatschappelijke vraagstukken. Maatschappelijke vragen zijn vaak van de overheid, en soms van andere organisaties. Duidelijker wordt steeds meer dat zij dat niet alleen kunnen. Ik help maatschappelijke vraagstukken op te lossen door allianties te slaan. Ik laat het (onvermoede) netwerk van de organisaties wérken. Dat netwerk is een belangrijke succesfactor. Ik breng graag organisaties samen en laat hen samen werken zodat maatschappelijke vraagstukken worden aangepakt.

033 - 467 77 80
Meer